| okt 2010 | Ungewisses Licht- 1 oktober (Oude Kerk, Zoetermeer)- 9 oktober (Lokhorstkerk, Leiden) - 10 oktober (Engelse kerk, Amsterdam) |

Robert Schumann
Zahnweh, op. 55, nr.2 (Robert Burns)
Jägerlied, op. 59, nr.3 (Eduard Mörike)
Schön-Rohtraut, op. 67, nr.3 (Eduard Mörike)
Der traurige Jäger, op. 75, nr.3 (Joseph von Eichendorff)
John Anderson, op. 145, nr.4 (Robert Burns)
Clara Schumann-Wieck
Drei gemischte Chöre (Emanuel Geibel) (1848)
- Abendfeier in Venedig
- "Vorwärts"
- Gondoliera
Johannes Brahms
Lieder und Romanzen, op. 93a (1883/4)
- Der bucklichte Fiedler (Rheinisches Volkslied)
- Das Mädchen (Serbisch, Siegfried Kapper)
- O Süßer Mai (L. Achim von Arnim)
- Fahr’ Wohl (Friedrich Rückert)
- Der Falke (Serbisch, Siegfried Kapper)
- Beherzigung (J.W. von Goethe)
pauze
Josef Gabriel Rheinberger
Messe in Es, op.109 "Cantus Missae" (1887)
- Kyrie
- Gloria
- Credo
- Sanctus
- Benedictus
- Agnus Dei
Robert Schumann
Vier doppelchörige Gesänge, op. 141 (1849)
- An die Sterne (Friedrich Rückert)
- Ungewisses Licht (J.C. von Zedlitz)
- Zuversicht (J.C. von Zedlitz)
- Talismane (J.W. von Goethe)
Het is 200 jaar geleden dat Robert Schumann geboren werd, als zoon van een uitgever. Liefde voor literatuur, wetenschap en cultuur werd hem dan ook met de paplepel ingegoten. Toen Roberts muzikale talent tevoorschijn kwam, kreeg hij direct grondig muziekles. Al op 10-jarige leeftijd begon hij zijn muzikale invallen aan het papier toe te vertrouwen en leerde hij zichzelf componeren. Na het gymnasium ging hij rechten studeren, maar nadat hij in 1830 Paganini had horen spelen, nam hij het besluit zijn leven aan de muziek te wijden. In dat jaar componeerde hij ook zijn officiële opus 1. De pedagoog Friedrich Wieck uit Leipzig voorspelde dat Robert binnen drie jaar zou kunnen uitgroeien tot een van de grootste concertpianisten. Zo trok Robert naar Leipzig om in de leer te gaan bij Wieck. Daar leerde hij ook diens toen nog erg jonge dochter Clara kennen.
Helaas was het lot Robert niet goed gezind: een spierblessure aan een hand zorgde ervoor dat Robert zijn dromen niet kon waarmaken. Wel bleef hij de muziek trouw. Hij onderhield een innige vriendschap met Felix Mendelssohn en begon les te geven aan het door Mendelssohn opgerichte conservatorium. Zijn pogingen om te dirigeren, onder andere als opvolger van Mendelssohn, waren minder succesvol. Ook de pedagogische kwaliteiten van Robert bleken uiterst beperkt. Maar hij werd wel een gevierd en literair begaafd muziekcriticus. En zijn composities vonden gretig aftrek bij het publiek, vooral zijn liederen en pianowerken.
In 1835, toen Clara 16 jaar was, werd Robert hevig verliefd op haar. Vader Wieck, die in Clara een buitengewoon getalenteerd pianiste zag, probeerde de relatie op alle mogelijke manieren tegen te werken en weigerde toestemming te geven voor een huwelijk. Er moest een rechterlijke uitspraak aan te pas komen, maar uiteindelijk trouwden Clara en Robert in 1840. Hun gezamenlijke passie voor muziek verdiepte hun relatie nog en het werd een uitzonderlijk gelukkig huwelijk. Na een uiterst succesvolle concertreis van Clara in 1843 door Rusland – Robert reisde uiteraard mee – vestigde het gezin zich in Dresden, waar het culturele leven bruiste. Hier woonden ze tot 1850, toen een nieuwe werkkring Robert naar Düsseldorf riep. De periode in Dresden was uiterst vruchtbaar: Robert componeerde er meer dan een derde van zijn oeuvre. Ook Clara componeerde, hoofdzakelijk pianowerken en liederen. Maar veel van wat ze schreef, werd gepubliceerd onder de naam van haar man. En sommige liedbundels van Robert bevatten liederen van Clara, maar tot op de dag van vandaag is nog niet helemaal uitgeplozen wie wat schreef.
In Dresden waren aan het begin van de 19de eeuw, net als in veel andere Duitse steden, koorverenigingen opgericht – een uiting van de opkomende burgercultuur. Van de Liedertafel werd Robert dirigent in 1847 en in 1848 richtte hij de Verein für Chorgesang op, dat zich later de Robert Schumannsche Singakademie zou noemen. Met deze koren werd Palestrina, Bach, Händel en Haydn uitgevoerd – en uiteraard schreef Robert zelf ook muziek. Om preciezer te zijn: vrijwel alle koorwerken van Robert ontstonden in zijn Dresdener periode en waren bedoeld voor zijn eigen koren. De tekstkeuze van zijn koorliederen verraadt Roberts brede literaire belangstelling. Naast de bekendere Duitse dichters vallen vertalingen van de Schotse dichter Robert Burns op.
Clara was nauw betrokken bij de koren en hielp intensief bij het instuderen van grote muziekwerken. Net als tegenwoordig was gezelligheid een belangrijk aspect van de koren en Clara en Robert genoten van het sociale aspect. Voor Roberts 38ste verjaardag schreef Clara drie koorliederen die zij met de enkele maanden daarvoor opgerichte Verein für Chorgesang uitvoerde.
Met Robert zou het niet zo goed gaan in Düsseldorf. Toenemende angsten kwelden hem, hij kreeg een permanente hoge toon in zijn oor en tenslotte zou hij – na een zelfmoordpoging in 1854 – opgenomen worden in een psychiatrische inrichting, waar hij tenslotte in 1856 stierf.
Maar eerst zou er nog iets opmerkelijks gebeuren. De twintigjarige Johannes Brahms kwam in 1853 bij de Schumanns langs om zijn talenten te demonstreren. Robert riep in een artikel Brahms direct uit tot een nieuw genie. En zo ontstond een diepe vriendschap tussen Brahms en de Schumanns. Brahms schreef veel van zijn pianowerken voor Clara, die ze op haar beurt ook uitvoerde. Tijdens Roberts ziekte stond Brahms de familie – en Clara – zo veel mogelijk bij. Hij trok zelfs in het huis van de Schumanns. Tussen Clara en Johannes groeide een innige vriendschap die hun verdere leven zou duren. Johannes is nooit getrouwd geweest. Of er zoiets was als een liefdesrelatie tussen Clara en Johannes, is onderwerp geweest van veel speculaties. Ook toen Johannes in 1863 naar Wenen trok, hielden beiden door middel van brieven intensief contact. Een van de ergste dingen die Brahms is overkomen in zijn leven, is dat hij net te laat was voor de begrafenis van Clara in 1896. Johannes zelf kreeg korte tijd later kanker en overleed minder dan een jaar na Clara.
Brahms schreef veel van zijn koorwerken in zijn Weense periode, zo ook zijn opus 93a uit 1883/4. Te midden van zijn andere werken valt het op door de luchtige toon. De combinatie van volbloed-poëzie van Goethe en Rückert naast volksliedjes uit het Rijnland en uit Servië. Het is kenmerkend voor een componist die zo vaak folkloristische elementen tot doorwrochte vormen wist uit te werken.
Een beetje een buitenbeentje in dit programma is de Mis in Es voor dubbelkoor, bijgenaamd Cantus Missae, van Joseph Rheinberger (1839-1901). Rheinberger is in de eerste plaats bekend vanwege zijn orgelwerken, maar zijn oeuvre is zeer breed en omvat ook orkestwerken, vier opera's, pianomuziek, kamermuziek en vocale muziek in al zijn verschijningsvormen. Rheinberger, geboren in Liechtenstein, werkte het grootste deel van zijn leven in München en werd daar al pianoleraar aan het conservatorium toen hij 20 jaar was – en compositieleraar een jaar later. Op den duur reisden musici uit de hele wereld af naar München om les bij hem te nemen. Rheinberger werd vele malen onderscheiden en geëerd, onder andere met een eredoctoraat van de universiteit van München.
In 1877 werd Rheinberger benoemd tot hofkapelmeester van de Allerheiligen-Hofkirche. De eerste tijd voerde hij in die functie alleen werken van anderen uit; Palestrina nam daarbij een belangrijke plaats in. Op nieuwjaarsdag 1879 klonk voor het eerst een mis van zijn hand: de dubbelkorige Mis in Es. Dat dit stuk een succes was, bewijst het feit dat het op eerste paasdag 1879 en 1880 nogmaals klonk. Hoewel het idioom van de mis duidelijk romantisch is, zijn de dubbelkorigheid en de schrijfwijze geïnspireerd op componisten uit de renaissance. En hierin is dan toch een overeenkomst te vinden met Schumann en Brahms, die zich – zeker in hun geestelijke werken – ook lieten inspireren door oude meesters als Palestrina, Lassus, Bach en Händel.
Robert Schumann
Zahnweh, op. 55, nr.2 (Robert Burns)
Wie du mit gift'gem Stachel fast Stellt Fiebers Glut und Frost sich ein, Mir rieselt's eiskalt über's Kinn, Von allen Plagen auf der Welt, O Schwefelhaupt im Glutpalast, |
Zoals je me met je giftige stekel bijna Als het gloeien en rillen van de koorts begint, steekt het hier en daar door merg en been, maar het hart van de buurman zal ons medelijden en troost schenken; Een ijskoude rilling loopt over m’n kin, Van alle plagen in de wereld, O, jij zwavelkop in een gloedpaleis, |
Jägerlied, op. 59, nr.3 (Eduard Mörike)
Zierlich ist des Vogels Tritt im Schnee, In die Lüfte hoch ein Reiher steigt, |
Sierlijk is het voetspoor van een vogel in de sneeuw, als hij hoog in de bergen loopt: Hoog in de lucht stijgt een reiger op, |
Schön-Rohtraut, op. 67, nr.3 (Eduard Mörike)
Wie heißt König Ringangs Töchterlein? Und über eine kleine Weil’, Einstmals sie ruhten am Eichenbaum, Darauf sie ritten schweigend heim, |
Hoe heet de dochter van koning Ringang? En een tijdje later, Een keer rusten ze uit bij een eik, Daarop reden ze zwijgend naar huis, |
Der traurige Jäger, op. 75, nr.3 (Joseph von Eichendorff)
Zur ew’gen Ruh' sie sangen |
Naar de eeuwige rust bezongen ze |
Da steht ein Fels so kühle, |
Daar was een rots zo koud, |
Die Wälder rauschten leise, |
De bossen ruisten zachtjes, |
Und still dann in der Runde |
Toen het daarna stil werd in de omtrek, |
John Anderson, op. 145, nr.4 (Robert Burns)
John Anderson, mein Lieb! |
John Anderson, mijn lief! |
John Anderson, mein Lieb! |
John Anderson, mijn lief! |
Clara Schumann-Wieck
Drei gemischte Chöre (Emanuel Geibel) (1848)
Abendfeier in Venedig
Ave Maria! Meer und Himmel ruh'n, O heil'ge Andacht, welche jedes Herz |
Ave Maria! Zee en hemel rusten, O heilige wijding, dat elk hart |
"Vorwärts"
Lass das Träumen, lass das Zagen, Darfst nicht weilen, wenn die Stunde Vorwärts, vorwärts! Im Gesange Bis der Kranz, der dichtbelaubte, Vorwärts drum durch Feindes Zinnen, |
Laat het dromen, laat de twijfel, Je mag niet dralen, als er rozen op je pad komen, Voorwaarts, voorwaarts! In het gezang bevecht je het leed der aarde, Totdat de krans, zo dichtbeloofd, Daarom voorwaarts tussen de tinnen (torens) van de vijand door, door het leed van de dood, wie de hemel wil winnen, |
Gondoliera
O komm zu mir, wenn durch die Nacht Die Luft ist weich wie Liebesscherz, O komm zu mir... Das ist für Liebende die Stund, Und wie es schläft, da sagt der Blick, O komm zu mir... |
Ach, kom bij me, als het leger der sterren door de nacht heenloopt, De lucht is zacht als een liefdesgrap,
Dit is voor minnaars het uur, En als het slaapt, dan zegt de aanblik, |
Johannes Brahms
Lieder und Romanzen, op. 93a (1883/4)
Der bucklichte Fiedler (Rheinisches Volkslied)
Es wohnet ein Fiedler zu Frankfurt am Main, Du bucklichter Fiedler, nun fiedle uns auf, Der Geiger strich einen fröhlichen Tanz, Sie griff ihm behend unter’s Wams sofort, |
Er woonde eens een vedelaar in Frankfurt,
Jij gebochelde vedelaar, speel wat voor ons, De violist speelde een vrolijke dans, Ze greep hem meteen onder zijn wambuis |
Das Mädchen (Serbisch, Siegfried Kapper)
Stand das Mädchen, stand am Bergesabhang, „Wahrlich, Antlitz, o du meine Sorge, Wüßt’ ich aber, du mein weißes Antlitz, |
Er stond een meisje op de helling van een berg, “Werkelijk, gelaat, jij baart me zorgen, Maar zou ik weten, jij mijn blank gelaat, |
O Süßer Mai (L. Achim von Arnim)
O süßer Mai, |
O lieve mei, |
Fahr’ Wohl (Friedrich Rückert)
Fahr’ wohl, Fahr’ wohl, Fahr’ wohl, |
Vaarwel, Vaarwel, Vaarwel, |
Der Falke (Serbisch, Siegfried Kapper)
| Hebt ein Falke sich empor, An dem Tor ein Mädchen sitzt, Wie es wäscht und wie es sitzt, Spricht der Falke aus den Höh’n: Hebe nicht die Braue fein, |
Een valk verheft zich, Aan die poort zit een meisje, Trek je fijne wenkbrauwen niet op, |
Beherzigung (J.W. von Goethe)
Feiger Gedanken |
Laffe Gedachten |
Allen Gewalten |
Weerstand bieden |
Pauze
Josef Gabriel Rheinberger
Messe in Es, op. 109 "Cantus Missae" (1887)
Kyrie
Kyrie eleison. |
Heer, ontferm U over ons. |
Christe eleison. |
Christus, ontferm U over ons. |
Kyrie eleison. |
Heer, ontferm U over ons. |
Gloria
Gloria in excelsis Deo. |
Eer zij God in den hoge |
Et in terra pax hominibus bonae voluntatis. |
En vrede op aarde aan de mensen van goede wil. |
Laudamus te, benedicimus te, adoramus te, glorificamus te. |
Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U. |
Gratias agimus tibi propter magnam gloriam tuam. |
Wij danken U om Uw grote heerlijkheid. |
Domine Deus, Rex coelestis, Deus Pater omnipotens. |
Heer God, hemelse Koning, God almachtige Vader. |
Domine Fili unigenite Jesu Christe. |
Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus. |
Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris. |
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader. |
Qui tollis peccata mundi, miserere nobis. |
Hij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. |
Suscipe deprecationem nostram. |
Ontvang onze smeekbede. |
Qui sedes ad dextram Patris, O miserere nobis. |
Gij, die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons. |
Quoniam tu solus Sanctus, tu solus Dominus, tu solus Altissimus, Jesu Christe. |
Want alleen U bent heilig, U alleen Heer, U alleen de Allerhoogste, Jezus Christus. |
Cum Sancto Spiritu in gloria Dei Patris. |
Met de Heilige Geest, in de glorie van God de Vader. Amen. |
Credo
| Credo in unum Deum; Patrem omnipotentem, factorem coeli et terrae, visibilium omnium et invisibilium. | Ik geloof in één God, de Almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. |
| Et in unum Dominum Jesum Christum, Filium Dei unigenitum, et ex Patre natum ante omnia saecula. | En in één Heer, Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, uit de Vader geboren vóór alle eeuwen. |
| Deum de Deo, lumen de lumine, Deum verum de Deo vero, genitum non factum, consubstantialem Patri: per quem omnia facta sunt. | God van God, licht uit licht, waarlijke God van de waarlijke God. Geboren en niet gemaakt, één van wezen met de Vader, door wie alles gemaakt is. |
| Qui propter nos homines, et propter nostram salutem descendit de coelis. | Die om ons mensen en om onze redding uit de hemel is nedergedaald. |
| Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine: et homo factus est. | En Hij is vleesgeworden uit de Heilige Geest en de Maagd Maria: en Hij is mens geworden. |
| Crucifixus etiam pro nobis sub Pontio Pilato, passus et sepultus est. | Hij is zelfs voor ons gekruisigd, heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. |
| Et resurrexit tertia die secundum Scripturas. | En op de derde dag is hij opgestaan, overeenkomstig de schriften. |
| Et ascendit in coelum: sedet ad dexteram Patris. | Hij is opgevaren ten hemel: waar hij zetelt aan de rechterhand des Vaders. |
| Et iterum venturus est cum gloria, judicare vivos et mortuos: cujus regni non erit finis. | En hij zal wederkeren met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; en zijn heerschappij zal geen einde kennen. |
| Et in Spiritum Sanctum, Dominum, et vivificantem: qui ex Patre Filioque procedit. | En ik geloof in de Heilige Geest, de Heer en levensbrenger: Die uit de Vader en de Zoon voortkomt. |
| Qui cum Patre et Filio simul adoratur et conglorificatur: qui locutus est per Prophetas. | Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt: die aangekondigd is door de Profeten. |
| Et in unam sanctam catholicam et apostolicam Ecclesiam. | En in één heilige, algemene en apostolische kerk. |
| Confiteor unum baptisma, in remissionem peccatorum. | Ik belijd één doop ter vergeving van de zonden. |
| Et expecto resurrectionem mortuorum et vitam venturi saeculi. Amen. |
En ik verwacht de wederopstanding der doden, en het eeuwige leven. Amen. |
Sanctus
| Sanctus, sanctus, sanctus, Dominus Deus Sabaoth. | Heilig, heilig, heilig, de heer der hemelse machten. |
| Pleni sunt coeli et terra gloria tua. | Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid. |
| Osanna in excelsis. | Hosanna in den hoge. |
Benedictus
Benedictus qui venit in nomine Domini, |
Gezegend, hij die komt in de naam des Heren. |
| Osanna in excelsis. | Hosanna in den hoge. |
Agnus Dei
| Agnus Dei, qui tollis peccata mundi: Miserere nobis. | Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. |
| Agnus Dei, qui tollis peccata mundi: dona nobis pacem. | Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons vrede. |
Robert Schumann
Vier doppelchörige Gesänge, op. 141 (1849)
An die Sterne (Friedrich Rückert)
Sterne, |
Sterren |
Sterne, |
Sterren |
Sterne, |
Sterren |
Sterne, |
Sterren, |
Ungewisses Licht (J.C. von Zedlitz)
Bahnlos und Pfadlos, Felsen hinan |
Zonder baan, zonder pad - de bergen op |
Dunkel im Kampfe über ihn hin, |
Boven hem, strijdend in duistere nacht, |
Endlich, ha! endlich schimmert's von fern! |
Eind'lijk, ha! Eindelijk glanst iets van ver! |
Rascher durcheilet der Wandrer die Nacht, |
Sneller gaat nu de mens door de nacht |
Zuversicht (J.C. von Zedlitz)
| Nach oben mußt du blicken, Froh darfst du Hoffnung fassen, |
Naar boven richt uw blikken, Leer nieuwe hoop te vatten, |
Talismane (J.W. von Goethe)
Gottes is der Orient! Er, der einzige Gerechte, Mich verwirren will das Irren; |
Het Oosten is van God! Hij, de enige gerechte Vol verwarring moet ik dwalen; |
Aan deze concerten werkten mee: Sopranen Alten Tenoren Bassen Dirigent |
Samenstelling programma : Paul van der Werf
Programmatoelichting : Nico van der Meel
Ontwerp affiche : Gabriël Hoezen
Samenstelling programmaboekje : Andreas Polman