| najaar 2007 |
Ein deutsches Requiem, Johannes Brahms |
| vr 2 november 2007 20.45 | H. Bartholomeuskerk, Poeldijk |
| za 3 november 2007 20.15 | Marekerk, Leiden |
| |
Ein deutsches Requiem werd in de H. Bartholomeuskerk uitgevoerd aansluitend op een mis t.g.v. Allerzielen.
In Leiden werden voorafgaand aan het Requiem enkele motetten van Max Reger, Julius Röntgen en Josef Gabriel Rheinberger gezongen

Programma:
| Max Reger (1873–1916) | Trost (op.6,nr.1, Müller) |
| Julius Röntgen (1855–1932) | Unsers Herzens Freude hat ein Ende (Jeremia) |
| Robert Schumann (1810-1856) | Aus
den hebräischen Gesängen (op. 25 nr. 15) In der Nacht (op. 74 nr. 4, 1849) Die letzten Blumen starben (op. 104 nr. 6, 1851) So wahr die Sonne scheinet (op. 37 nr. 12, 1840) |
| Josef Gabriel Rheinberger | Lockung (op.25, Eichendorff) |
| Josef Gabriel Rheinberger (1839–1901) | Maientau (op.95,nr.2, Uland) |
| Johannes Brahms(1833–1897) | ein deutsches Requiem |
Johannes
Brahms' Ein deutsches Requiem is eigenlijk geen requiem, in die zin dat
het niet de teksten volgt van de Latijnse requiemmis. Het is dan ook niet
bedoeld voor liturgisch gebruik, maar het is een religieus werk voor de
concertzaal, zoals Handels Messiah en Beethovens Missa Solemnis
dat ook waren geweest. Christelijke
dogmatiek ontbreekt dan ook vrijwel helemaal in de tekstkeuze. Ook is Ein
deutsches Requiem geen bede voor het zielenheil van een overledene, maar
eerder een troostmuziek voor de treurende achterblijvers. Brahms (1833-1897)
selecteerde zelf de teksten uit het Oude en Nieuwe Testament en de apocriefe
boeken. Daarbij sloot hij aan bij een illustere voorganger, want ook Schütz
gebruikte voor zijn Musikalische Exequien een selectie van bijbelcitaten.
Brahms begon plannen te ontwikkelen voor
het stuk na de dood van Robert Schumann in 1856, die hem erg had aangegrepen.
Maar pas na de dood van zijn moeder in 1865 komt het compositieproces echt op
gang. Brahms droeg zijn compositie dan ook op aan de nagedachtenis van zijn
moeder en Robert Schumann. De eerste drie delen van het stuk gingen in Wenen in
Die
populariteit zal mede grond zijn geweest voor het verzoek van de uitgever aan
Brahms om een versie voor vierhandig piano van het stuk te maken. Dat was
overigens niet ongebruikelijk; vrijwel alle populaire symfonieën werden ook in
zo'n vorm uitgegeven, zodat iedereen kennis kon nemen
van de laatste muzikale ontwikkelingen. Het feit dat Brahms toch al
vanuit de piano dacht en componeerde, en dat het muzikale materiaal voor het
tweede deel oorspronkelijk bedoeld was voor een sonate voor twee piano's, maakt
deze reductie voor vierhandig piano extra interessant. Hier en daar heeft Brahms
ook veranderingen in de muzikale lijnen aangebracht.
Tenslotte werd de reductie ook nog
gebruikt als begeleiding bij een door Brahms geautoriseerde uitvoering in 1871
in London. Zo ontstond een pianoversie van Ein deutsches Requiem, die
geen bleek aftreksel van de orkestversie is, maar eerder gezien moet worden als
een zelfstandige, meer intieme compositie met helderder vocale lijnen en grotere
mogelijkheden voor het koor in kleur en tekstexpressie.
Om Ein deutsches Requiem in zijn
tijdsgewricht te plaatsen laten we in een kort voorprogramma enkele stukken van
collega-componisten horen. Allereerst het koorlied Trost van Max Reger
(1873-1916) uit de Drei Chöre opus 6 uit 1892. Dit lied laat
overduidelijk zien dat de jonge Reger niet alleen onder de indruk was van Wagner,
maar zich ook Brahms' stijl van componeren probeerde eigen te maken. Wellicht
kwam dit ook doordat zijn leraar – de wereldberoemde muziekpedagoog Hugo
Riemann – nauwe banden met Brahms onderhield. Het tamelijk korte leven van
Reger is heftig te noemen. Maar de perioden van grote armoe, overmatig
drankgebruik, slapeloosheid en overwerktheid mondden tenslotte uit in
internationale successen als componist. Ook als muziekpedagoog was hij zeer
geliefd. Hoewel Regers composities felle debatten uitlokten, kreeg hij enkele
eredoctoraten en werd hij benoemd tot hofmusicus van de hertog van
Sachsen-Meinigen. Maar de grootste eerbewijzen kreeg hij in Leipzig, waar hij
organist van de Thomaskirche was, maar ook compositie- en orgelleraar aan het
conservatorium en tegelijkertijd ook nog directeur van de muziekafdeling van de
universiteit.
Julius Röntgen (1855-1932), geboren en
getogen in Leipzig, was zoon van een Nederlander en vestigde zich in 1877 zelf
definitief in Amsterdam. Als pianist, pedagoog, componist en directeur van het
conservatorium nam hij een centrale plaats in het Amsterdamse muziekleven in.
Zijn Leipziger achtergrond – maar
ook bijvoorbeeld de contacten die Johannes Verhulst met Leipziger musici
onderhield – zorgden ervoor dat het Amsterdamse
muziekleven sterk geënt was op de Leipziger muziektraditie. Röntgens motet Unsers
Herzens Freude hat ein Ende komt uit een bundel van 5 motetten die Röntgen
in 1929 schreef op teksten uit het Oude Testament en de apocriefe boeken. Ook in
die zin sluiten de motetten prachtig aan bij Brahms' Ein deutsches Requiem.
Omdat
Brahms' Requiem mede geschreven is ter
nagedachtenis aan Robert Schumann, mocht deze componist niet op het programma
ontbreken. We hebben de solisten bereid gevonden enkele van zijn liederen en
duetten ten gehore te brengen.
PIANODUO
WYNEKE JORDANS & LEO VAN DOESELAAR
Nadat
ze bij Jan Wijn aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam hun diploma
Uitvoerend Musicus behaalden, zijn Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar niet meer
weg te denken van de Nederlandse concertpodia. Als quatre-mainsduo, op twee
piano's en in samenwerking met ensembles als de Slagwerkgroep Amsterdam, het
Nederlands Kamerkoor, het Berliner Philharmonischer Chor, het Barokorkest van de
Nederlandse Bachvereniging , Anima Eterna en verschillende Nederlandse
symfonieorkesten hebben ze zich sinds 1977 ontwikkeld tot een hechte eenheid.
Concertreizen voerden hen door Europa, de Verenigde Staten en Azië. Ze waren
het eerste quatre-mainsduo met een tournee door China (2005 en 2006).
Van
hun spel worden regelmatig opnamen uitgezonden voor radio en televisie.
In 1985 ontvingen zij de Publieksprijs van de Sonesta Koepelzaal te Amsterdam en
in 2006 werden zij vanwege hun grote verdiensten voor de Franse muziek
onderscheiden met een zilveren medaille door het genootschap 'Arts-Sciences-Lettres'
te Parijs.
Zij
vervulden gastdocentschappen aan diverse Nederlandse conservatoria. Leo van
Doeselaar is daarnaast als orgeldocent verbonden aan de Universität der Künste
in Berlijn.
Behalve
aan het grote repertoire voor piano vierhandig en twee piano's besteedt het duo
ook aandacht aan Nederlandse muziek en aan de vele goede bewerkingen van
oorspronkelijk voor andere instrumenten geschreven composities.
Naast deze activiteiten specialiseerden Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar zich
in het bespelen van de fortepiano. Onder leiding van Malcolm Bilson en Jos van
Immerseel richtten zij zich vooral op het rijke repertoire van de eerste Weense
School.
Als fortepianoduo gaven zij recitals en masterclasses op gerenommeerde festivals
als het Oude Muziek Festival in Utrecht, het Festival van Vlaanderen,
Antverpiano, het York Early Music Festival, de Berliner Tage für Alte Musik,
het Festival van Saintes, het Festival van San Antonio (U.S.A.) en het Early
Music Festival te Moskou.
In 1993 kwam een samenwerking met de BBC tot stand, die tot nu toe resulteerde
in een serie van zeven opnamen en concerten op zowel historische als moderne
piano's.
Van hun gezamenlijke spel op historische piano's verschenen tot nu toe drie
opnamen: een cd met quatre-mainswerken van Franz Schubert, een cd met een
anthologie van vierhandige Nederlandse pianomuziek en een cd met een compilatie
van twee BBC-opnamen met werken van Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Schumann
en Brahms, gespeeld op drie verschillende historische instrumenten uit de
collectie van Edwin Beunk.
Hun
cd-opname op een eeuw oude Bechstein-vleugel laat twee Brandenburgse Concerten
en de 3e Suite van J.S.Bach horen in de vierhandige bewerking door Max Reger.
Ter ere van hun 25-jarig jubileum als pianoduo kwam in 2002 eveneens op
Challenge Classics een cd uit met Franse 4-mainsmuziek onder de titel 'Bric-à-brac'.
BARITON
HENK NEVEN
Henk
Neven
studeerde in 2003 ‘met de hoogste onderscheiding’ af aan het Conservatorium
van Amsterdam bij Maarten Koningsberger en Margreet Honig. In 2002 behaalde hij
‘met onderscheiding’ het diploma van De Nieuwe Opera Academie. Hij volgde
masterclasses bij onder anderen Graham Johnson, Graham Clark, Rudolf Jansen,
Hartmut Höll, Jard van Nes en Henk Smit. Onlangs is hij ook toegelaten als
kandidaat voor de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs.
Henk
Neven is actief in het lied- en oratoriumrepertoire alsmede op het operatoneel.
Hij werkte voorts met orkesten en ensembles als Das Orchester der Beethovenhalle
Bonn, Het Combattimento Consort Amsterdam, Het Brabants Orkest, Het Orkest van
de Nederlandse Bachvereniging (waarmee hij de Christuspartij zong in de Matthäus
Passion), Het Rotterdams
Philharmonisch Orkest, Het Radio Philharmonisch Orkest, Het Radio Symfonie
Orkest, Het Vlaams Radio Orkest, l’Orchestre National de France, l’Orchestre
Philharmonique de Radio France, l’Orchestre de l’Opéra National de Paris,
de Staatskapelle Berlin, l’Ensemble Orchestral de Paris,
les Concerts Spirituels en Les Talens Lyriques. Hij zong onder dirigenten
als Edo de Waart, Jaap van Zweden, Jos van Veldhoven, Jan Willem de Vriend, Hervé
Niquet, Emmanuel Krivine, Kenneth Montgomery, Yoel Levi, Paolo Olmi en Armin
Jordan, John Nelson, Ed Spanjaard, Marc Soustrot en Christophe Rousset.
Henk
Neven trad op tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht en het Gergiev
Festival. In de Zaterdagmatineee in Het Concertgebouw was hij te horen in Vanessa
van Barber, Bakchantinnen van Wellesz, Jérusalem van Verdi, in Flammen
van Schulhoff en als Roucher in Andrea
Cheniér van Umberto Giordani.
In
de Robecoserie in het Concertgebouw was hij te horen in de titelrol in Mozarts Don
Giovanni en met een recital in de Kleine Zaal met pianist Hans Eijsackers.
Tot
zijn toekomstige engagementen behoren onder andere Pollux in Castor et Pollux
van Rameau en Frère Léon in St. François d’Assise van Messiaen bij
De Nederlandse Opera. Ook zal hij te horen zijn als Leporello in Mozarts Don
Giovanni in L’Opéra National de Montpellier en in de serie Jonge
Nederlanders in de Kleine Zaal van Het Concertgebouw.
Machteld Baumans
De Nederlandse sopraan Machteld
Baumans studeerde aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij Cora
Canne Meijer en vervolgde haar studie bij Lucia Meeuwsen. Ze debuteerde als
Pamina in Die
Zauberflöte bij Stichting Kamer Opera Nederland. Sindsdien is
zij regelmatig te gast bij diverse opera- en toneelgezelschappen van Nederland.
Ze zong Drusilla in Monteverdi’s L’incoronazione
di Poppea bij het Onafhankelijk Toneel en was met hen te gast
op het Massachusetts Festival of the Arts in Amerika. Er staan diverse
Mozartrollen op haar repertoire, waaronder Serpetta in La finta
giardiniera en
Despina in Così
fan tutte. Bij Opera Zuid vertolkte ze Nanetta in Falstaff
en Gilda in Rigoletto
en bij De Nederlandse Opera zong zij ondermeer Amore in Il
ritorno d´Ulisse in Patria
(ook in Sydney), Fortuna in L’incoronazione
di Poppea en Papagena in Die
Zauberflöte.
Machteld
Baumans maakte radio- en televisieopnamen voor de Nederlandse, Belgische en
Britse omroep, waaronder een registratie van Purcells Dido
and Aeneas en Mozarts Der
Schauspieldirektor. Ze was te gast op het Holland Festival Oude
Muziek, The Early Music Festival San Antonio (USA) en de Bachtage in Berlijn. Op
de concertpodia zong zij met ensembles als de Amsterdamse Bachsolisten en het
Combattimento Consort. Met het strijkkwartet Archibudelli zong zij
Boccherini’s Stabat
Mater (Rome, Parijs en Milaan). Ze trad op met het Nederlands
Kamerorkest met orkestliederen van Zemlinsky (Hartmut Haenchen) en zong
concertaria’s van Mozart (Christian Zacharias); met het Radio Kamer Orkest
onder leiding van Kenneth Montgomery zong zij Giuditta
van Scarlatti; met Jaap van Zweden werkte ze samen met het Residentie Orkest (Der
Schauspieldirektor) en het Orkest van het Oosten (Fuji
liederen van Jacques Reuland) en met het Nieuw Ensemble
vertolkte ze onlangs liederen van Otto Ketting onder leiding van Ed Spanjaard.
Machteld Baumans is regelmatig te gast bij de Nationale Reisopera. Ze zong Amore in Martín y
Solers L’arbore di Diana, een
rol die zij onder leiding van Arnold Östman ook vertolkte tijdens de Dresdner
Musik Festspiele, Euridice in Glucks Orfeo
ed Euridice, Tina in Flight
van
Jonathan Dove, Marzelline in Fidelio, Junon in Platée
van
Jean-Philippe Rameau, Ännchen in Der Freischütz,
Anne Trulove in The Rake’s Progress
van Stravinsky, Liu in Turandot en Sandmännchen/Taumännchen
in Hänsel und Gretel.
![]()
|
Aan
deze concerten werkten verder mee: Sopranen Ingrid
Appels Rosanne
de Clercq Judith
Dijs Nelleke
Glansdorp Pauline
van der Meer Claudia
Sternberg Wilma
Stolk Susanne
Winkler Alten Marianne
van den Beukel Maria
Janssen Ida
Los Godelief
Mallee Lisbeth
Østergaard Sanneke
Verhagen Ester
van der Voet Tenoren Theo
Boersema Rob
van Dam Marcus
Gunningham Gabriël
Hoezen Marcel
Menz Niek
Nieuwenhuijsen Paul
van der Werf Bassen Wim Bel Cor Haaring Frits Hali Fred Hickendorff Paul-Peter Polak Andreas Polman Hein Putter Ton
Stauttener Dirigent Nico
van der Meel |