Logo Johannes PassionJ.S.Bach : Johannes Passion, tweede versie

Het Leidse William Byrd Vocaal Ensemble bestaat in 2006 vijfentwintig jaar, en dat is gevierd met een bijzonder project: de uitvoering van de Johannes Passion van J.S. Bach. Op 18 en 19 maart jl. was deze Passion in Leiden en Voorburg te beluisteren.

Het William Byrd staat sinds haar oprichting onder leiding van Nico van der Meel, zanger van wereldfaam en een van ’s werelds meest vooraanstaande vertolkers van de evangelistenpartij in de Passionen van J.S. Bach. Honderden malen heeft hij deze rol vertolkt, met de grootste dirigenten, en nu bracht hij deze rijke ervaring voor het eerst in als dirigent. Tekst en expressie kregen dan ook bijzonder veel aandacht.

Bach heeft van de Johannes Passion vier versies geschreven, waarvan het William Byrd de tweede uit 1725 heeft gekozen. Deze versie is beschouwender en intiemer dan de andere drie versies, en waarschijnlijk heeft Bach voor deze versie een kleinere bezetting gebruikt. Tegelijkertijd is het verhaal van Johannes sterk dramatisch getoonzet. Juist die enorme tegenstelling maakt een uitvoering van de Johannes Passion in zijn tweede versie tot een bijzondere belevenis voor uitvoerenden en luisteraars. Meer info, zie verder.

De evangelistenpartij werd vertolkt door de Zwitserse tenor Fabio Trümpy. Andere solisten waren onder andere Jelle Draijer en Mattijs van de Woerd. Het geheel wordt begeleid door het Concerto d'Amsterdam.

18 maart: 20.15 uur in de Marekerk aan de Lange Mare te Leiden

19 maart: 15.00 uur in de Oude Kerk aan de Herenstraat te Voorburg  

RECENSIE, Leidsch Dagblad, 20 maart 2006

De uitvoeringen van de Johannes Passion werden mede mogelijk gemaakt door

Logo Prins Bernhard Cultuurfonds

Fonds 1818 Uitgeverij Brill Roland Berger Strategy Consultants 

Teeks Karstebs advocaten notarissen   Logo Cool Profs

en Gemeente Leiden

 

De tweede versie, achtergrond

Toen Johann Sebastian Bach in 1723 als Kantor aan de Thomasschule aantrad, was er een duidelijke opdracht van de kerkenraad in Leipzig tot het wekelijks uitvoeren van een cantate in de eredienst. In de lijdenstijd echter waren de diensten soberder en werd van het uitvoeren van een cantate afgezien. Er waren twee uitzonderingen: op het feest van Maria Boodschap op 25 maart klonk er wél een cantate. En op Goede Vrijdag was het de gewoonte om een oratorische passiemuziek uit te voeren: een groot muziekwerk, bestaande uit een vertoning van het verhaal van een van de evangelisten over het lijden van Jezus, met omlijstende muziek, die als commentaar op het verhaal gezien kon worden. Het commentaargedeelte bestond veelal uit door solisten gezongen aria's, koralen - dat wil zeggen eenvoudige zettingen van bekende kerkliederen met een oude of nieuw gedichte tekst - en eventueel ook vrije koren of instrumentale gedeelten.

Dat er een passiemuziek uitgevoerd moest worden, wil niet zeggen dat Bach ook elk jaar een nieuwe passie schreef, zoals Telemann in Hamburg dat bijvoorbeeld wel deed. Bach herhaalde zijn eigen passies en voerde ook passies van zijn collega-componisten uit. In 1727 zette hij bijvoorbeeld de Markus Passion van Reinhardt Keiser op de lessenaars. In 1730 werd er een Lukas Passion uitgevoerd van een anonieme tijdgenoot van Bach. Lange tijd nam men ten onrechte aan dat deze Lukas Passion van Bachs eigen hand was, omdat Bach zelf een vollledige partituur had uitgeschreven. Voor zover we weten schreef Bach zelf drie Passionen. Van de Markus Passion (1731) is alleen het libretto overgeleverd. Maar omdat bekend is dat de muziek goeddeels uit eerder gecomponeerde, maar van nieuwe tekst voorziene cantatedelen bestond, zijn er behoorlijk goed geslaagde reconstructies van deze passie gemaakt. Het best gedocumenteerd van de drie passies is Bachs beroemdste werk: de Matthäus Passion (1729/1736), waarvan er een partituur beschikbaar is die door Bach zelf met uiterste zorgvuldigheid is vervaardigd.

De ontstaans- en uitvoeringsgeschiedenis van de Johannes Passion is tamelijk gecompliceerd en met veel raadsels omgeven. Tijdens Bachs leven heeft de Johannes Passion viermaal geklonken: in 1724, 1725, 1728 en een keer tijdens Bachs laatste levensjaren. Bach begon ooit aan de vervaardiging van een handgeschreven partituur, maar hij kwam niet verder dan de eerste tien delen. Wel zijn complete sets van partijen overgeleverd. Uit die sets valt op te maken dat Bach bij elke uitvoering veranderingen aangebracht heeft, niet alleen in muzikale zin, maar ook qua tekst. Het feit dat Bach voor de Johannes Passion niet de beschikking had over een duidelijk libretto - iets dat hij voor de Matthäus Passion en de Markus Passion wél had - schiep daartoe ook de mogelijkheid. De vorm waarin wij tegenwoordig de Johannes Passion meestal uitvoeren, heeft overigens tijdens Bachs leven zeker niet geklonken: de muziek is die van de vierde versie, maar de tekstveranderingen die Bach in sommige aria's en koren aanbracht, worden nu niet meer gebruikt. De meest afwijkende versie van de vier is de tweede uit 1725, de versie die het William Byrd Vocaal Ensemble wil gaan uitvoeren.

De Johannes Passion werd voor het eerst uitgevoerd op Goede Vrijdag 7 april 1724, toen Bach bijna een jaar Thomaskantor was. In zijn eerste jaren componeerde Bach bijna wekelijks een nieuwe cantate voor de eredienst, die dan afwisselend in de Thomaskirche en de Nikolaikirche - de eigenlijke hoofdkerk van Leipzig - werd uitgevoerd. Bach had zijn Johannes Passion graag in de Thomaskirche ten doop gehouden, maar hem werd de Nikolaikirche toegewezen. De tweede uitvoering op Goede Vrijdag 30 maart 1725 was wél in de Thomaskirche. Bach verving voor deze gelegenheid het openingskoor, het slotkoraal en twee tenoraria's door andere composities en voegde bovendien nog een extra aria in. Waarom Bach deze veranderingen aanbracht, is nog altijd niet duidelijk. Opvallend is dat hij bij de derde en vierde versie deze vervangingen weer ongedaan heeft gemaakt, dus het lijkt gerechtvaardigd om te veronderstellen dat Bach werd gedwongen tot verandering, omdat zijn compositie te theatraal en in theologische zin te vrij werd gevonden door de kerkenraad. Toch is daar geen duidelijk bewijs voor.

In het verhaal van Johannes zijn een paar belangrijke thema's aan te wijzen. Een van die thema's is het koningschap van Christus. Prachtig is de frictie tussen de wereldlijke macht van de Romeinen en de hemelse macht van Jezus te voelen in de dialoog tussen Pilatus en Jezus. Bachs muziek benadrukt dat de grote gezagsdrager Pilatus tijdens die dialoog steeds onzekerder en zelfs bang wordt, terwijl Jezus daarentegen van een onbeduidende verdachte uitgroeit tot een man met een enorm charisma. Johannes lijkt een Jezus neer te zetten die zijn lijden met koninklijke waardigheid op zich neemt. De menselijke worsteling met het lijden wordt bij Johannes veel minder benadrukt dan in de drie andere evangeliën. Het thema van het koningschap wordt in de eerste, derde en vierde versie van de Johannes Passion door Bach sterk uitgelicht, door de keuze van de tekst "Herr, unser Herrscher" als openingskoor; in versie 1 en 4 eindigt de passie bovendien met "Ich will dich preisen ewiglich!".

Toch is dit naar mijn gevoel niet het echte centrale thema van het verhaal. Wat alsmaar terugkomt in het verhaal is het begrip waarheid. Pilatus steekt niet onder stoelen of banken dat hij waarheid maar iets relatiefs vindt, door sceptisch te vragen: "Wat is waarheid?" Maar voor Jezus is er een absolute waarheid en die wil hij koste wat kost verkondigen en daar wil hij zelf tot het uiterste voor blijven instaan. Ook Johannes heeft een waarheid te verdedigen, namelijk zijn verhaal. Op het eind van het verhaal zegt hij het nog eens overduidelijk: zijn getuigenis is waar en de waarheid wordt verteld door hem, opdat allen zullen geloven. Johannes doet ook opvallend veel moeite om zijn verhaal controleerbaar te maken door kleine, onbelangrijke feiten toe te voegen, bijvoorbeeld de naam van degene bij wie door Petrus een oor wordt afgehouwen. Ook het feit dat hij zichzelf enkele keren laat figureren - overigens zonder zijn eigen naam te noemen - moet zijn verhaal betrouwbaar maken.

Wat is dan die absolute waarheid van Jezus? Johannes houdt wel van raadselachtige formuleringen en laat Jezus dingen zeggen die de bron zijn gaan vormen van veel theologische debatten. Maar in elk geval zegt Jezus dat hij de zoon van God is en ter wereld gekomen is om de zonden van de hele mensheid op zich te nemen. Als je het verhaal in dat perspectief beziet, is Jezus niet meer een koninklijk figuur, die zich bijna onverschillig gedraagt omdat het hem uiteindelijk toch niet zal deren, maar veel meer iemand die vastberaden zijn zware taak wil volbrengen en niets zal doen om zijn lot te ontlopen. Integendeel: in het voorverhaal nodigt hij Judas uitdrukkelijk uit om zijn taak als verrader te volbrengen en Pilatus vergeeft hij bij voorbaat al voor het feit dat hij ter dood gebracht zal worden. Het maakt Jezus' uiteindelijke zucht van verlichting "Het is volbracht" plotseling zo menselijk, dat het diep ontroert.

Als openingskoor voor tweede versie van de Johannes Passion koos Bach een lied dat naadloos bij deze thematiek aansluit en dat precies 200 jaar eerder, in 1525, gemaakt was door Matthäus Greiter:

O Mensch, bewein' dein' Sünde gross,
darum Christus sein's Vaters Schoss
äussert und kam auf Erden.
Von einer Jungfrau rein und zart
für uns er hie geboren ward,
er wollt' der Mittler werden.

En ook het slotkoor, dat als tekst Maarten Luthers Duitse vertaling van het eeuwenoude Agnus Dei heeft, bevestigt Jezus als de brenger van de verzoening tussen God en de mensen:

Christe, du Lamm Gottes,
der Du trägst die Sünd' der Welt,
gib uns dein' Frieden! Amen.

Dit koor had Bach overigens al eerder gecomponeerd voor zijn sollicitatie in Leipzig, als uitbreiding van zijn cantate "Du wahrer Gott und Davids Sohn". Gelukkig heeft het openingskoor van de tweede versie - een weergaloze koraalbewerking zoals alleen Bach die kon schrijven - ook een andere bestemming gekregen: het werd uiteindelijk het slotkoor van het eerste deel van de Matthäus Passion.

Zoals hiervoor gezegd, is het goed mogelijk dat Bach te verstaan is gegeven, dat zijn eerste versie van de Johannes Passion te extravagant was en dat er daarom aanpassingen moesten volgen. Maar het kan ook zijn dat de theologisch zeer bewuste Bach zelf koos voor een ander perspectief op het verhaal. In elk geval is het zo dat de muziek die de luisteraars het bizarst in de oren moet hebben geklonken, niet het openingskoor was, maar de volkskoren - de zogenaamde turbae - die een voor Bachs tijd ongelofelijke expressie en harmonie hebben. Daar zouden de pijlen van de critici zich beslist het eerst op gericht hebben, maar die heeft Bach in zijn tweede versie niet veranderd. De nieuwe aria's voor de tweede versie zijn trouwens ook doortrokken van chromatiek en scherpe dissonanten. Ook Bachs dramatiekversterkende, maar theologisch discutabele ingreep in het verhaal door twee fragmenten uit het Matthäus-evangelie in de Johannes Passion in te lassen - het huilen van Petrus en de aardbeving na het sterven van Jezus - bleef in de tweede versie gehandhaafd. In de derde versie ontbreken die fragmenten overigens wel…

Er kan ook nog iets anders meegespeeld hebben. Vanaf 11 juni 1724 voerde Bach zijn tweede jaargang cantates in Leipzig uit. Deze hele jaargang bestaat uit zogenaamde koraalcantates: cantates die gebaseerd zijn op een oud kerklied, gekozen bij de lezingen van de desbetreffende zondag. Het is helemaal niet ondenkbaar dat Bach zo onder de indruk raakte van de schoonheid van deze liederen, dat hij ook de Johannes Passion wilde verrijken met deze teksten. Door de ingevoegde basaria heen klinkt overigens nóg een oud passielied: "Jesu, deine Passion ist mir lauter Freude!".

De tweede versie van de Johannes Passion is uitdrukkelijk niet somber, niet doortrokken van een calvinistisch besef van eigen zondigheid, maar van een veeleer luthers besef van bevrijding van zonden. Wel is deze versie minder triomfantelijk dan de andere versies, maar daardoor ook beschouwender en intiemer. Wellicht kun je stellen dat deze versie ook het sterkst aansluit bij het piëtistische karakter van de toenmalige geloofsbeleving. Het is waarschijnlijk dat Bach voor zijn tweede versie ook een kleinere bezetting heeft gebruikt dan voor de andere versies. Van de derde versie is bekend dat hij een uitzonderlijk grote continuogroep had met zowel orgel, luit, als klavecimbel, en in de vierde versie voegde hij zelfs een contrafagot toe!

Het is de intentie van het William Byrd Vocaal Ensemble om de intimiteit en de beschouwelijkheid van aria's en koralen te benadrukken. Dit neemt niet weg dat het frame van het stuk, het verhaal van Johannes, sterk dramatisch getoonzet is. Juist die enorme tegenstelling maakt een uitvoering van de Johannes Passion in zijn tweede versie tot een bijzondere belevenis voor uitvoerenden en luisteraars.

Nico van der Meel.

Zie ook:

Advertentie Prins Bernhard Cultuurfonds